U spaart toch wel zegeltjes?!
Het meest democratische financiële instrument van Nederland komt van (checks notes): supermarkten. Plus: WIJ EISEN DE BEURS OP
Terwijl de krekels zich opmaken voor het avondprogramma slaat mijn vader, in een laatste stoffige zonnestraal, de laatste haring in de droge grond. Die staat. Bezweet zakt hij in de campingstoel. Overmorgen rijden we terug naar Nederland.
Gewapend met ieder een wc-rol onder de oksel gaan moeder, zusje en ik op pad. “Wat gaan jullie doen?” wil hij weten. Mijn moeder krijgt de slappe lach.
Tijdens de lange autoritten naar Italië en Frankrijk luisteren we vaak naar de verzameling hoogwaardige kleinkunst van onze ouders. Maarten van Roozendaal, Niet schieten!, Jeroen van Merwijk. Maar wij, de kinderen, branden elk jaar ook een eigen CD. Die staat dit jaar vol met een ander cultureel hoogstandje: De Vliegende Panters.
Onze broer is dit jaar niet mee en dus kunnen mijn zusje en ik ons pas écht laten gaan op de achterbank. Luidkeels mee met hits als Houdoe. In dat nummer krijgen we een inkijkje in de rijke belevingswereld van drie Brabantse ‘kassameisjes’.
KIM: Nou, vorige week had ik me toch laten sandwichen door Jean-Pierre en Ricardo. Komt ons mam net binnenlopen, meteen een grote bek vanne, ’t is geen hotel hier, da doe je maar ergens anders. PETRA: Wat een bijdehand wijf, man. CHANTAL: Je moet gewoon zeggen: Of ik me nou door twee of door vijf man laat nemen, moet ik toch zeker zelf weten, heb ik jou toch niet voor nodig….. PETRA: Je bent bekant zestien.
En dan hebben we nog Houdios, waar dezelfde kassameisjes op busvakantie gaan naar Spanje (‘ons mam heeft 18 hardgekookte eieren meegegeven. Ieder zes!’). Vamos a Salou! Chantal, in het parlando-gedeelte: “ik heb me op het strand laten palen door één of andere Pablo. Dat schuurt!” Schunnige teksten, maar voor jonge tieners soms nog nét cryptisch genoeg. Bo is twaalf, ik ben veertien.
Op weg naar het wc-gebouw op de Italiaanse camping stelt mijn zusje de vraag die mijn moeder, zo weet ik achteraf, al de hele vakantie vreest. Of eigenlijk, die ene vraag stelt ze juist niét. Bo: “Mamma, wat is een Pablo?”
Nu komt mijn moeder echt niet meer bij. Eén van ons zal de wc niet halen.
Spaart u nog zegeltjes, zongen de kassameisjes lijzig hun refrein. Nee, wij deden niet aan zegels. Toen niet, nu niet. Maar misschien hadden we dat wél moeten doen, realiseer ik me IKEA-koffiedrinkend met een verhuizende vriendin .
‘Kijk’, zegt ze, terwijl ze haar scherm naar me toe draait. In haar Albert Heijn-app zie ik het bedrag dat ze bij elkaar heeft gespaard met koopzegels. ‘6% rente!’ Al jaren verdiep ik me in beleggen om mijn koopkracht te beschermen tegen inflatie. Nu blijkt dat het ei van Columbus gewoon bij de kassa van de supermarkt ligt.
Terwijl bankiers, beheerders, finance bro’s en andere in bodywarmer dan wel krijtstreep verpakte patjepeeërs beleggen zo ingewikkeld mogelijk proberen maken, hebben huisvrouwen al generaties lang stilletjes een bijzonder effectieve inflatie-hedge in handen: het koopzegelboekje.
Geld op een spaarrekening levert momenteel rond de 1,3% rente op. Maar met de inflatie op 3,3% verlies je alsnog koopkracht. Koopzegels van de supermarkt geven 6% rendement, belastingvrij. Daarmee kun je de inflatie wél te lijf.
In Den Haag hebben ze ook wel door dat de burger zijn koopkracht ziet verdampen. PVV en NSC lanceerden een plan: geef burgers de mogelijkheid om staatsobligaties te kopen. Dat zou meer opleveren dan die 1,3% rente.
Het kwam er niet van en daar hoeven we niet rouwig om te zijn: staatsobligaties zijn geen partij voor de inflatie. Zeker niet na belasting. Ideetje voor het nieuwe kabinet: probeer iets te doen aan die hardnekkig lage spaarrentes. Daar hebben we misschien nog iets aan.
Het meest democratische financiële instrument van Nederland komt vooralsnog dus niet uit Den Haag, maar van de supermarkten. Ironisch is het wel. Bij de kassa nét iets meer dan alleen je boodschappen betalen, werkt als verdediging tegen dezelfde inflatie die boodschappen duurder maakt. Betalen voor koopkrachtbehoud!
Met het nieuw kabinet nog in de kraamkamer hoeven we van de politiek voorlopig nog niet veel te verwachten. Gelukkig zijn er de huisvrouwen en kassameisjes: daar hebben we tenminste wat aan. Wat je noemt een AH-Erlebnis.
Houdoe, houdoe, houdoeoeoe.
WIJ EISEN DE BEURS OP
Ik weet dat het 2025 is en normale mensen een adblocker in hun browser installeren. Maar een multimiljardenbedrijf als YouTube moet ook eten, vind ik. Bijkomstigheid is wel dat ik de holle frasen van daytrader Kevin inmiddels net zo probleemloos kan playbacken als de songtekst van mijn allereerste single (Crazy, van Britney). Maar die laatste was tenminste nog om aan te horen, en dat wil wat zeggen.
Een paar problemen die ik heb met Kevin en zijn tradertaaltje.
1. ‘Mijn doel is om zoveel mogelijk mensen te helpen en in te laten inzien dat traden de toekomst is.’ Helpen? Om geld kwijt te raken, ja. Zo’n 97% van de daytraders maakt verlies en zou beter af zijn met beleggen in een simpel indexfonds. Traden is de toekomst, maar dan wel voor degenen die erin slagen je hun cursus aan te smeren.
2. In een van de advertenties zien we Kevin in zijn Ferrari. ‘Nee hij is niet gehuurd, en het is ook niet bedoeld als flex. Het is puur om te kijken of het jouw aandacht pakt.’ Dat lijkt mij precies het effect dat je met een flex probeert te sorteren.
3. Kevin vindt onderwijs heus heel belangrijk en is niet tegen school of universiteit. Maar: ‘Een vak als traden leer je er niet.’ Daar heeft hij een punt. Gelukkig leer je er wel geneeskunde, werktuigbouwkunde en andere dingen die de maatschappij daadwerkelijk iets opleveren. En, ook niet onbelangrijk: fatsoenlijk Nederlands. Brengt me bij mijn volgende punt.
4. ‘Dit geldt tevens ook voor het team.’ Trommelvliestrauma.
5. ‘Ik hoef dit niet meer te doen’, zegt Kevin. Zou het? Ik kan me moeilijk voorstellen dat je puur voor de lol cursusleider wordt, webinars verkoopt en ‘vijftien winstgevende mentors’ in dienst hebt. Klinkt eerder als iets dat wél rendeert.
Kevin is niet de enige trader die de adblockerloze mens teistert met zijn advertenties. De daytraders tieren online welig, als digitale herpes: het komt steeds terug en het is niet weg te krijgen. Ik gun die lui best hun business, maar moet het zo opdringerig?
Wat ook opvalt: het zijn vaak mannen. Nee, natuurlijk niet álle mannen. Maar altijd een man. Misschien moeten vrouwen, nu ze toch bezig zijn de nacht op te eisen, ook even huis gaan houden op de beurs. Zij handelen minder, hebben meer geduld en behalen daardoor betere resultaten. Weg met die handelhijgerij waar niemand – op de cursusverkopers na – (financieel) beter van wordt. Wij eisen de beurs op!
Toch is er één die wat mij betreft mag blijven. En dat is Rob Wessels. Ik sta daar zelfs proactief in. De advertenties voor zijn cursus daytraden in de krant zijn het hoogtepunt van mijn dagelijkse mediagebruik. Steevast drie stralende mannen, met daaronder wat de aanbieder ‘originele reacties’ noemt. ‘Prima cursus. De alcoholconsumptie van Rob is jammer en storend. Rustig dat Rob er het laatste uur niet bij was.’ Waar kan ik me inschrijven?
(deze column verscheen eerder in het Financieele Dagblad. En dat hele mannen-versus-vrouwenverhaal, in de breedste zin van het woord, is natuurlijk een heilloze weg. Maar als ik nog een keer ene Kevin in zijn Ferrari zie flexen sta ik niet meer voor mezelf in.)
Tekst: Milou
Beeld: ook







Per ongeluk ooit in de app de spaarstand aangevinkt. Mijn man vindt het belachelijk, ik vind het lachen.
Helemaal omdat mijn tante het bedrag vroeger voor de decembercadeaus gebruikte en een 'extraatje' voor vakantie had. Expres laat ik het ook in december en in de zomer uitbetalen. Alleen al die lol is voldoende én dan inderdaad ook nog eens rente!